Tagarchief: duurzame mobiliteit

Duurzame mobiliteit

 Duurzame mobiliteit bij Zalsman B.V.

Duurzame mobiliteit

Toen Zalsman B.V. (het moederbedrijf van onze duurzame partner Zalsman Kampen) zo´n vier jaar geleden vanuit Kampen naar haar nieuwe locatie in Zwolle verhuisde, stond het ruime parkeerterrein bij het nieuwe pand in recordtijd bomvol. Dat moet anders in deze tijd van streven naar meer duurzame mobiliteit, dacht Remco Reinink, operationeel groepsdirecteur bij Drukkerij Zalsman en vond de oplossing in het leasen van elektrische (pool)auto’s.

Duurzame mobiliteit door poolen met elektrische leaseauto´s

Sinds drie jaar rijden nu dan ook acht groepen van minimaal drie medewerkers dagelijks samen van huis naar werk en weer terug. En binnenkort komt daar een negende groep bij. Iedereen rijdt bij toerbeurt en heeft dan ook een week lang de auto privé gratis ter beschikking. Volgens zowel de werknemers als de werkgever een ideale regeling binnen het kader van duurzame mobiliteit.

Door duurzame mobiliteit op deze manier binnen het bedrijf te implementeren leveren Zalsman B.V. en haar medewerkers een positieve bijdrage aan het terugdringen van CO2-uitstoot, terwijl dit ook nog eens duizenden liters brandstof bespaart.

Directeur Reinink in een interview met ´Kijk op Oost Nederland`: ´Het is veel leuker voor je mensen en je wordt er een leuker en een gezelliger bedrijf van. Je krijgt saamhorigheid. Het kost geen geld. Nee, duurzame mobiliteit levert zelfs geld op.’

Duurzame mobiliteit

Mooi voorbeeld van duurzame mobiliteit !

>> duurzaam nieuws <<

Onze nieuwe member MobilityLabel

Wij verwelkomen onze nieuwe duurzame member MobilityLabel !

Op zoek naar duurzame bedrijfslocaties?

duurzame bedrijfslocatiesWilt u uw bedrijf of organisatie verhuizen naar een nieuwe (duurzame) bedrijfslocatie, zoekt u door een fusie of overname een nieuwe locatie voor uw hoofdkantoor, of wilt u naast uw bestaande bedrijfslocatie(s) een nieuwe vestiging openen? Dan wilt u natuurlijk weten welke duurzame bedrijfslocaties daarvoor in aanmerking komen.

MobilityLabel helpt u bij het vinden van deze duurzame bedrijfslocaties !

MobilityLabel heeft een unieke methode ontwikkeld, waarmee voor bedrijven en organisaties duurzame bedrijfslocaties kunnen worden bepaald. Onder duurzame bedrijfslocaties wordt verstaan locaties die voor uw medewerkers (en eventueel ook klanten en leveranciers) te bereiken zijn met de minste reistijd, de minste reiskosten en de minste CO2-uitstoot.

Geïnteresseerd?
Lees dan verder op de Bedrijfspresentatie pagina van MobilityLabel

MobilityLabel vindt ook voor ú duurzame bedrijfslocaties !

duurzame bedrijfslocaties

Samenleving en duurzame mobiliteit (deel 2)

samenleving en duurzame mobiliteit

Deel-2 van de bevindingen en conclusies van een achtergrondstudie door Snellen, D. et al. (mei 2014)

Klik hier voor het lezen van Deel-1

De juiste infrastructuur ondersteunt duurzame keuzes en zet de ‘default’ goed

In het huidige transportsysteem neemt de auto een prominente plaats in. De infrastructuur en ruimtelijke inrichting zijn hier op aangepast en de padafhankelijkheid die hiermee is gecreëerd, kan als een hindermacht werken. In de huidige situatie is het vaak lastig om burgers en ondernemers andere keuzes te laten maken. Echter, in de komende jaren zullen in grote delen van Nederland onderhoud, beheer en vervanging van infrastructuur belangrijker worden dan nieuwbouw en uitbreiding. Dat biedt kansen voor herziening van de default.

Ruimtelijk beleid en infrastructuurinvesteringen zijn traditioneel gezien publieke verantwoordelijkheden. Dat zet overheden aan het roer om de juiste fysieke randvoorwaarden te scheppen ter ondersteuning van hun ambities voor duurzame(re) mobiliteit. Hier kan onderscheid gemaakt worden tussen het wat en het hoe. Niet alle infrastructuur hoeft door de overheid te worden aangelegd. Zo zouden bijvoorbeeld voorzieningen voor fietsparkeren meegenomen kunnen worden in de openbaarvervoerconcessies.

Regelgeving prikkelt de energie in de samenleving en bepaalt het speelveld

Regels bepalen het speelveld voor de actoren in de samenleving, zowel voor overheden als voor burgers en ondernemers. Door regels gericht in te zetten wordt energie aangewakkerd en weten actoren waar ze aan toe zijn. Door bijvoorbeeld heldere normen voor auto-emissies op te stellen wordt de auto-industrie geprikkeld om auto’s schoner te maken. Het inzetten van regels vergt wel stabiliteit en voorspelbaarheid. Regels die steeds onvoorspelbaar veranderen slaan energie juist dood en werken dus averechts.

Regels kunnen gelden voor overheden, zoals regels rondom goede ruimtelijke ordening (bijvoorbeeld de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’), voor ontwikkelaars en woningcorporaties, zoals rondom bouwen en wonen (denk aan voorschriften voor stallingsmogelijkheden voor fietsen), maar ook voor producenten van vervoermiddelen (bijvoorbeeld de Euronormen voor de emissies van auto’s), burgers en ondernemers of vervoersaanbieders (door voorwaarden op te nemen in concessies).

Bij regelgeving gericht op bedrijven is het relevant om dit zoveel mogelijk in internationale context te doen. Immers, wanneer regels in Nederland sterk afwijken van de buurlanden is dat in het nadeel van Nederlandse ondernemers. Regelgeving die burgers belemmert in de vrijheid om hun eigen mobiliteitskeuzes te maken zal eerder stuiten op weerstand dan regels die vooral bijdragen aan het vergroten van het duurzame optiepakket. Dynamische regelgeving kan een oplossing zijn voor het dilemma dat optreedt tussen enerzijds een betrouwbare overheid willen zijn en anderzijds willen inspelen op (en uitlokken van) voortgaande innovatie. Door vooraf helder te zijn over de wijze waarop regels aangescherpt zullen worden, passend bij de technologische of financiële mogelijkheden, kan dit dilemma worden ondervangen.

Financiële prikkels kunnen verleiden of ontmoedigen

Financiële prikkels zijn een instrument om te verleiden tot duurzaam gedrag of om niet-duurzaam gedrag te ontmoedigen. Verschillende actoren in de samenleving kunnen hiervoor als doelgroep worden geïdentificeerd. Financiële prikkels kunnen worden onderverdeeld in zogenaamde ´honingmaatregelen` (subsidiëring van duurzame opties) en ‘azijnmaatregelen’ (belasten van niet-duurzame opties).

Voorbeelden van honingmaatregelen zijn bijdragen van het Rijk aan regionale of lokale ruimtelijke of infrastructuurprojecten die duurzamere mobiliteit faciliteren en belastingvrijstellingen of kortingen voor duurzamere vervoerswijzen (zoals fietsen, openbaar vervoer of auto’s met weinig tot geen emissies). Ook een duurzaam inkoopbeleid van de overheid, waarbij duurzame ondernemers voordeel behalen ten opzichte van niet-duurzame ondernemers, is zo’n voorbeeld.

Azijnmaatregelen zijn bijvoorbeeld prijsbeleid voor autogebruik, accijnzen op fossiele brandstoffen, een belasting op reiskostenvergoeding maar ook selectieve inzet van parkeertarieven. Net als bij regelgeving zullen financiële prikkels weerstand opleveren als ze huidig gedrag ontmoedigen dat wel aantrekkelijk is maar niet duurzaam. Honingmaatregelen (al dan niet flankerend) kunnen dan verzachtend werken.

Monitoring en feedback geven inzicht in de voortgang en maken het mogelijk succes te vieren

Door het organiseren van monitoring en feedback kan de overheid de verschillende actoren, inclusief zichzelf, informatie geven over hoe ze ervoor staan. Denk bijvoorbeeld aan monitoring van ruimtelijke ontwikkelingen en de mogelijkheden die deze ontwikkelingen bieden aan overheden, ontwikkelaars, burgers en bedrijven om duurzame(re) keuzes te maken. Informatie over de prestaties van verschillende vervoerswijzen en technologieën kan dienen als input voor fabrikanten en consumenten om te bepalen hoe ze zelf scoren ten aanzien van duurzaamheid en als basis dienen voor (strategische) keuzes.

Monitoring en feedback kunnen er ook voor zorgen dat de voortgang van verduurzaming van mobiliteit meetbaar is, dat successen gevierd kunnen worden en dat actoren die goed presteren in het zonnetje gezet kunnen worden.

Monitoring kan plaatsvinden op initiatief van de overheid zelf, maar er kan ook gebruik gemaakt worden van andere gegevensbronnen die elders al aanwezig zijn of aangeboord kunnen worden. Denk bijvoorbeeld aan de mogelijkheden die sociale media bieden om informatie te verzamelen uit de ‘crowd’.

Ten slotte gaat het ook om het vertellen van een eerlijk verhaal. Het is onvermijdelijk dat de overheidsambities rondom verduurzaming van ons mobiliteitssysteem geld gaan kosten, van zowel overheid als ondernemers en burgers, en offers vergen in de zin van gedragsverandering. Het schetsen van een te rooskleurig beeld kan weerstand oproepen en brengt de geloofwaardigheid van de overheid in gevaar.

Bron:
Achtergrondstudie door Snellen, D. et al. (mei 2014),
Verkenning van opgaven en aangrijpingspunten voor beleid.
Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)

>> duurzaam nieuws <<

Samenleving en duurzame mobiliteit (deel 1)

Deel-1 van de bevindingen en conclusies van achtergrondstudie door Snellen, D. et al. (mei 2014)

samenleving en duurzame mobiliteitEen belangrijke vraag van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) is: ‘Hoe kan de overheid sturen als het initiatieven in de energieke samenleving wil losmaken en benutten op het terrein van de duurzame mobiliteit`.

Om de discussie over deze vraag te voeden heeft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) notities opgesteld over het vraagstuk duurzame mobiliteit en energieke samenleving.

Deze notities zijn als input gegeven aan twee werkateliers, waarin diverse deelnemers afkomstig uit beleid, wetenschap en vooral ook samenleving (ondernemers, brancheorganisaties, s) met elkaar in discussie gingen. Op basis hiervan werden de volgende bevindingen en conclusies aangereikt.

Verduurzaming van mobiliteit gaat niet vanzelf

De Nederlandse overheid heeft de ambitie het mobiliteitssysteem te verduurzamen, zodanig dat economische welvaart samengaat met een goed leefklimaat. Dit kan de overheid niet alleen en dit hoeft de overheid ook niet alleen te doen. In de samenleving (burgers en bedrijven) zijn energie en initiatieven te vinden om hier vorm aan te geven. maar wel noodzakelijk wanneer de overheid haar ambities op dit terrein wil waarmaken.

Dat vergt dus inspanningen van de overheid om initiatieven en innovaties te prikkelen, te faciliteren, te benutten en vooral niet tegen te werken. Een overheid die samen met bedrijven en burgers wil werken aan duurzamere mobiliteit moet twee dingen helder voor ogen hebben:

  • Enerzijds is het belangrijk dat de overheid weet wat de concrete doelen zijn die nagestreefd worden.
  • Anderzijds is het nodig om te weten hoe de verschillende actoren in het veld zich tot die ambities verhouden: wat drijft burgers en bedrijven en wat bepaalt hun keuzes? maar ook in hoeverre zit er spanning tussen de overheidsambities en de tendensen in de samenleving en waar liggen deze juist in elkaars verlengde en kan energie in de samenleving (direct) benut worden?

Energie in de samenleving losmaken en innovatieve oplossingen stimuleren zijn gebaat bij het plaatsen van een stip aan de horizon en vervolgens het zoveel mogelijk aan de samenleving over laten hoe die stip bereikt kan worden. Deze werkwijze betekent dat de overheid terughoudend zou moeten zijn met het vroegtijdig kiezen van een oplossingsrichting (en daarmee gelijktijdig andere oplossingsrichtingen benadelend) door bijvoorbeeld specifieke technologieën zoals elektrische auto’s (langdurig) te subsidiëren en andere alternatieve aandrijfmethoden niet.

De rol van de overheid in haar streven naar een duurzame(re) mobiliteit kan zeer verschillend zijn, omdat aangrijpingspunten en actoren verschillen. Maatregelen gericht op het creëren van een infrastructuur die stimulerend werkt voor duurzame vervoersalternatieven zijn anders van aard dan prikkels gericht op efficiencyverbetering van voertuigen of gedragsverandering van consumenten. Ook zijn er grote verschillen in de mate waarin nieuwe, duurzamere, mobiliteitsvarianten al dan niet tegen de stroom inroeien.

Zo is de fiets niet alleen duurzaam, maar – voor tal van verplaatsingen en voor een groot deel van de Nederlanders – ook een heel aantrekkelijke vervoerswijze vanwege zijn flexibiliteit en lage kosten. Het stimuleren of benutten van de energie in de samenleving in de richting van meer gebruik van de fiets vraagt een heel andere benadering en inspanning van de overheid dan het vergroten van het aandeel van bijvoorbeeld elektrische auto’s (wel duurzaam, maar minder aantrekkelijk voor veel mensen) of het ontmoedigen van conventionele auto’s (wel een aantrekkelijke vervoerswijze, maar niet duurzaam).

Met betrekking tot de elektrische auto is gebleken dat het versterken van de positie van deze vervoerswijze vooralsnog ingaat tegen de heersende voorkeuren in de samenleving en daarom vraagt om een actieve en stimulerende rol van de overheid, wanneer deze de ambitie heeft om de positie dergelijke duurzamere alternatieven voor de conventionele auto te versterken.

Daarbij moet de overheid erop letten consistent te zijn, dat wil zeggen dat het ingezette (bijvoorbeeld fiscale) stimuleringsbeleid langdurig vol te houden zou moeten zijn: de overheid als betrouwbare partij. De overheid zal in dat geval dus rekening moeten houden met eventuele (hoge) kosten van jarenlange voortzetting van het in gang gezette stimulerende beleid.

horizonEen stip aan de horizon is een noodzakelijke voorwaarde voor het succesvol stimuleren en benutten van energie in de samenleving

Een heldere stellingname van de overheid is een absolute voorwaarde om de ambities – de energie in de samenleving te benutten richting een duurzamer mobiliteitssysteem – te behalen. Het moet glashelder zijn wat de overheid nastreeft en waar ze langdurig de schouders onder wil zetten: de stip aan de horizon. Zo’n stellingname wint aan geloofwaardigheid wanneer het eigen gedrag hiermee in overeenstemming is: congruentie in woord en daad. ‘Launching customership’ is daar een voorbeeld van: bestuurders en ambtenaren fietsen en bij grotere afstanden nemen ze de trein of rijden ze in een CO2-neutrale auto.

Met betrekking tot locatiekeuze voor overheidsdiensten geeft de overheid nu al vaak het goede voorbeeld door te kiezen voor centrale locaties met een goede openbaarvervoerbereikbaarheid. Hiermee draagt de overheid uit haar eigen ambities serieus te nemen. Een heldere stellingname vergt ook consistentie in de boodschap en integraliteit in beleid. Grote kantoor- of bedrijfslocaties ontwikkelen op autolocaties die nauwelijks per ov of fiets te bereiken zijn en tegelijkertijd het autogebruik beprijzen, ervaren burgers – begrijpelijkerwijs – als inconsistent.

Verschillende doelstellingen kunnen elkaar ook versterken. Gezond mobiliteitsgedrag met een grote rol voor de fiets helpt immers ook om doelen rondom gezonde leefstijlen te behalen. Ten slotte vindt de stellingname steun in een congruente framing van vraagstukken. Als bijvoorbeeld het doel van beleid is om openbaar vervoer een aantrekkelijkere optie te maken door de aansluiting van fiets op trein te verbeteren, dan heeft het de voorkeur om overvolle fietsenrekken bij het station niet te beschrijven in termen van hinder en overlast, maar als een uitdaging die opgepakt wordt.

Klik hier voor het lezen van Deel-2

Bron:
Achtergrondstudie door Snellen, D. et al. (mei 2014),
Verkenning van opgaven en aangrijpingspunten voor beleid.
Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)

>> duurzaam nieuws <<